Meertalige WordPress website: vier routes, en maar één die schaalt
Je bedrijf groeit over de grens, of je doelgroep spreekt meer dan één taal. Vroeg of laat komt dan de vraag: hoe maken we de website meertalig?
Er zijn vier routes, en welke bij je past hangt af van je situatie. Maar de verschillen zijn groot – in kosten, in beheer, in vindbaarheid en in hoe goed het straks meegroeit. Wie de verkeerde route kiest, doet de operatie over een paar jaar opnieuw. Daarom eerst begrijpen, dan kiezen. We lopen ze af, van de lichtste naar de degelijkste.
Route 1: de vertaalknop (Google Translate)
Misschien wel de bekendste: een knopje op je site dat de pagina ter plekke laat vertalen door Google. Gratis en zo geregeld.
Maar je hebt nul controle over de vertaling. Geen woordenlijst, geen correcties, geen garantie dat je vakterm of merknaam goed doorkomt. En omdat er geen aparte pagina’s per taal bestaan, doet het niets voor je vindbaarheid in andere taalgebieden. Google heeft de widget in 2019 zelfs officieel stopgezet voor commerciële websites.
Belangrijker nog: browsers, Gmail en vergelijkbare oplossingen hebben een native vertaalfunctie al ingebouwd. Wie een vertaalbehoefte heeft, weet die knop zelf vaak te vinden. Een vertaalknop op je site is dus vooral dubbelop.
Dit is geen meertaligheid. Het is een leeshulpje.
Route 2: een vertaaldienst als WeGlot
WeGlot voelt als een wondermiddel: plugin installeren, account aanmaken, en je hele site is automatisch vertaald. Het haakt in op je URL-structuur, dus elke taal krijgt eigen URL’s – en daarmee heeft het, anders dan de vertaalknop, wél SEO-waarde. Via je account in WeGlot beheer je een woordenlijst en aanpassingen.
De nadelen zitten in het model. Je site wordt integraal vertaald: elke taal is een kopie, afwijkende pagina’s per taal kunnen niet. Je betaalt een abonnement waarvan de prijs meestijgt met het aantal vertaalde woorden. En dat blijft zo, elke maand, zolang je de dienst gebruikt. En bovendien leven je vertalingen bij WeGlot, niet in je eigen CMS.
Prima om snel een nieuwe markt te testen. Maar structureel ben je een “huurder” van je eigen vertalingen.
Route 3: een vertaalplugin in WordPress (WPML, Polylang)
Nu komen we bij de routes waar je echt grip krijgt. WordPress is van zichzelf niet meertalig, maar een vertaalplugin voegt dat toe: elke taal krijgt zijn eigen content binnen WordPress. Daarmee heb je alle vrijheid om per taal af te wijken – andere pagina’s, andere opbouw, andere campagnes, etc. Alles is los indexeerbaar: de basis voor een schaalbare contentmachine met goede SEO en GEO.
Op zich werkt het. Maar zo’n plugin grijpt in op vrijwel alle interne processen van WordPress, en dat voel je: het CMS en de voorkant kunnen fors trager worden, en andere plugins (import, formulieren, koppelingen) worden er een stuk complexer van, omdat die ook op dit proces moeten inhaken. WPML is de bekendste vertaal plugin, maar verzwaart de site enorm en is werkelijk een draak om mee te werken – wij hebben ‘m jaren geleden al afgezworen. Polylang is een heel net alternatief, maar deelt in de basis dezelfde aanpak en daarmee ook dezelfde grenzen.
Werkt, tot je site groeit. Dan wordt de plugin een rem (en in het geval van WPML je ergernis #1).
Route 4: multisite
Dit is onze keuze voor wie meertaligheid serieus neemt. WordPress heeft een native functionaliteit om meerdere subsites in één omgeving te draaien: een multisite heet dat. Elke taal wordt een eigen site – op een eigen domein (twofifty.de) of als subfolder (twofifty.nl/en), wat je strategie ook is.
Het verschil zit onder de motorkap: elke subsite krijgt gescheiden database-tabellen. Geen vertaallaag die op elk proces meelift, geen CMS dat traag wordt naarmate de talen zich opstapelen. Het is de enige opzet die werkelijk schaalt zonder in te leveren op snelheid, en per taal heb je volledige redactionele vrijheid.
Wat we dan nog wel moeten regelen, is de verbinding tussen de talen: welke pagina is de vertaling van welke, en de hreflang-attributen die zoekmachines vertellen welke taalversie ze aan wie moeten tonen. Dat gat vult MultilingualPress. Met als bonus: een complete subsite is met één klik te dupliceren en automatisch te vertalen met integraties als DeepL. Een nieuw taalgebied betreden? Dan staat er supersnel een vertaalde site die je daarna rustig finetunet.
Toegegeven: multisite vraagt een goede inrichting vooraf en een degelijke hosting (maar waarom zou je géén degelijke hosting willen 😁). Voor een kleine brochuresite kan deze route voelen als overkill. Maar wie meertaligheid ziet als onderdeel van groei, bouwt hiermee in één keer het degelijke fundament in plaats van een complex proces en een gegarandeerde rebuild als deze opzet je remt.
Welke route past bij jou?
- Af en toe een anderstalige bezoeker helpen -> niets doen; de browser vertaalt al.
- Snel een nieuwe markt valideren met een kleine site -> WeGlot, met het kostenmodel in je achterhoofd.
- Beperkt aantal pagina’s, wel per taal willen afwijken -> Polylang, en accepteer de grenzen.
- Meertaligheid als structureel onderdeel van je groei -> multisite met MultilingualPress.
De vraag is dus niet “welke vertaaltool nemen we?”, maar: is meertaligheid voor ons een leeshulpje of een groeistrategie? Dat antwoord bepaalt de route.
Meertaligheid is geen vertaalknop. Het is een architectuurkeuze.